Biografie
Paul Birchwood is de artiestennaam van Paul van Berlo, geboren op 12 oktober 1959 in de Oostelijke Mijnstreek te Treebeek, op een steenworp afstand van Staatsmijn Emma, toen nog gemeente Heerlen, nu gemeente Brunssum.
Na 7 jaar in het Limburgse mijngebied te hebben doorgebracht, verhuisde hij naar Maastricht. Dat een leraar in de vierde klas (nu: groep 6) weleens gitaar speelde en een boek over ridders voorlas, is hem altijd bijgebleven. Zijn vader speelde ook zo nu en dan een verkennersliedje op de gitaar en dat boeide de jonge Paul, zeker als Pa er ook nog iets bij zong. In zijn vrije tijd voetbalde hij. Johan Cruijff was zijn idool. Rolschaatsen vond hij ook heerlijk, maar dan zo hard mogelijk als ware hij ene Kees Verkerk of Ard Schenk.
Op zijn 14e verhuisde het gezin Van Berlo naar Cadier en Keer. Paul wilde echter niet zomaar van zijn vrienden gescheiden worden. Als goedmakertje kreeg hij een hond voor zijn verjaardag, een zwarte Field Spaniel, die hij ‘Peggy’ noemde, want dat klonk uiteindelijk toch krachtiger dan ‘Penny’ (van Penny Lane… van The Beatles, die hij toen al bewonderde).
In Cadier en Keer liep hij veel met Peggy over de akkers, door weiden en bossen en zo ontdekte hij alle paadjes, groeves en grotten. Zijn liefde voor de natuur werd zo enorm aangewakkerd.
De ontmoeting met een jongen die goed gitaar speelde, veranderde zijn muzikale leven. Aan hem en zijn broer kon hij zich optrekken. Toen de broers een band oprichtten, was er nog een bassist nodig. Paul leerde als de wiedeweerga (tot ‘blarens’ toe: “wat waren die snaren stug en dik”)) hoe hij basgitaar kon spelen, hoewel hij liever slag/ritme-gitarist was geworden maar daar beheerste hij alles nog niet goed genoeg voor. Maar het aanbod om als beginneling in zo’n bandje te mogen spelen, was een van de meest glorieuze momenten in zijn puberale leventje.
De genoemde broer schreef eigen nummers en dat vond Paul zeer interessant: “Als het hem lukt, lukt het mij wellicht ook!” 90 procent van zijn liedjes belandde in de prullenmand maar het schrijven eraan en het opnemen van deze liedjes met zijn 2-sporen Sony bandrecorder zorgde voor de nodige uren oefening ter verbetering van zijn gehoor, zang en spel. In de repetitieruimte ontdekte hij ook de piano en het drumstel… basisdingetjes werden opgeslagen.
Het eerste liedje dat hij in een van zijn spiraalboekjes opschreef (songboeken waren onbetaalbaar), was Streets of London van Ralph Mc Tell… een melancholisch-romantisch meesterwerkje. The Beatles ging hij het meest bewonderen, omdat hun albums telkens anders/vernieuwend waren. Daarnaast schuwden zij ‘de melodie’ niet en dat sprak Paul aan: je in een melodie i.p.v. in de monotonie te durven verliezen.
Hij groeide op in de Seventies. Wat kwam er zoal voorbij: Middle of the road, The Sweet, Mud haha, maar ook Slade, Elton John, Golden Earring, Gilbert O’Sullivan, Don McLean, Cat Stevens, Eagles, Deep Purple, J.J. Cale,The Doobie Brothers, Kate Bush, Wings, Fleetwood Mac, Tom Waits, Paul Simon, Jim Croce, Joan Armatrading, Supertramp, Toto, The Allman Brothers Band, Steely Dan, Pink Floyd, Joni Mitchell, George Benson, Steve Winwood, Focus, The Pointer Sisters, Van Morrison, James Taylor, CSN&Y, Stevie Wonder, Santana etc.
Via oudere vrienden maakte hij bovendien kennis met The Sixties: The Beatles, The Stones, The Who, The Kinks, Bob Dylan, The Byrds, The Hollies, Bee Gees, Joe Cocker, Eric Clapton, Jimi Hendrix, The Band, CCR etc. En die hemelse gitaar… die maakte het mogelijk, om in hun voetsporen te treden, hoe onwaarschijnlijk ook.
De song Frozen Fingers beschouwt hij als zijn eerste geslaagde songtekst: de tekst laat de 17-jarige romanticus Paul aan het woord, die zijn jaren niet wil vergooien, die geen burgerlijk, bezadigd bestaan wil leiden, maar iets wil neerzetten in het leven. Poëtisch opstandig wordt de wereld om hem heen al weergegeven, in deze tekst onder meer beïnvloed door een gedicht van D. H. Lawrence, naar hijzelf vermoedt (“It’s a long time ago”).
In diezelfde tijd begon hij ook met het schrijven in het Nederlands (dé reden waarom hij Nederlandse taal en letterkunde in Sittard en Utrecht ging studeren); het Engels bleef eveneens een passie, maar dat autodidactische genot reserveerde hij voor zijn songs. Achteraf bezien, is het niet verwonderlijk dat Paul zich daarbij het meest thuis ging voelen in het meest muzikale genre van de literatuur: de poëzie. Pas in 1999 trad hij er onder zijn echte naam mee naar buiten. De titel van dit drieluik luidde: Contradans; ’n bundel contraverzen. Net als bij zijn latere muziekproducten springt daarbij direct het volgende in het oog: dat hij zich graag met beeldende kunstenaars omringt. Deze Gesamtkunstwerk-Idee werd vele jaren daarvoor gevoed door een inspirerende poëziedocent uit Sittard, die in zijn colleges steeds weer allerlei kunstvormen organisch met elkaar wist te verbinden. In de 21e eeuw heeft Paul onder de naam Paolo Polverello nog 3 gedichtenbundels geschreven maar deze heeft hij (nog) niet willen uitgegeven. Eén bundel verhandelt over de zin en onzin van het christelijk geloof en een andere verhaalt over een platonische liefde tussen Paolo en een Siciliaanse.
De vorige alinea leek een zijsprong maar in dit stuk is – om met Multatuli te spreken – Alles in alles. Dat brengt ons bij het filosofische begrip beweging dat voor Paul een kernbegrip is. Namelijk alles draait bij hem vanaf een bepaald moment om dat begrip heen. Noem het gerust zijn levensfilosofie. Tijdens zijn letterkundestudies en colleges filosofie kon hij daarvoor met name bij de ideeën van de romanticus Multatuli en de filosoof Bergson terecht. De titel van vele jaren later uitgebrachte album Still Stream 1 is hier een mooi voorbeeld van, want deze dient vooral gelezen te worden als: ‘zolang de levensenergie/de creativiteit maar stroomt, is het leven het leven waard.’ Hierin ontmoeten we de romanticus pur sang: de creatio staat bij hem centraal. Stilstand leidt uiteindelijk tot achteruitgang.
Na vele golfbewegingen – het schrijven van muziek voor cabaretliedjes, bandjes met hun ups en downs, poëzieperiodes – groeide Paul uiteindelijk uit tot de artiest die hij sinds 2016 officieel is: Paul Birchwoord, die niet alleen met de gitaar maar ook met de piano eigen gedachten en emoties vorm ging geven.
Compositorisch gaat hij graag rapsodisch te werk, om de voorspelbaarheid van de muziek een halt toe te kunnen roepen, waar hij dat nodig acht. Dat geldt zowel voor zijn gitaar- als zijn pianostukken. Opmerkelijk is dat hij voor het vastleggen van zijn pianostukken om praktische redenen een geheel eigen muzieknotatie ontwikkelde. Op de albums Wing Stream I & II zijn – in samenwerking met pianist en co-composer David Voncken – maar liefst 28 van deze pianostukken terechtgekomen.
Na de piano pieces keerde hij terug naar de popmuziek en nam hij met de band Birchwood twee albums op: Velvet Phrases en Beyond. Deze albums verschenen – mede dankzij Keizerspek – ook op vinyl. Paul leverde de helft van de songs aan. De albums tonen een fraaie afwisseling in stijlen, die elkaar nergens in de weg lijken te zitten. Maar nummers als Like a troubadour en Train to nowhere op het album Beyond kondigden al een nieuwe muzikale richting aan. Niet zo verwonderlijk, wanneer je te weten komt, dat tijdens ‘de tweede Birchwood-periode’ zijn jongste – pas 18-jarige – zoon overleed.
Stoppen of doorgaan? Paul koos uiteindelijk toch voor dat laatste. In alle rust kon hij nu gaan werken aan een album, dat zou uitgroeien tot Done! So will it be…, een album met 14 songs. Slechts één tekst, het fraaie Child of mine, werd niet door hemzelf geschreven, maar door zijn nieuwe grote liefde: Anna Leboux. Van haar leerde hij dat liefde en rouw onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Wellicht is dit zijn opus magnum, wie zal het zeggen? Wat opvalt, is dat zijn muziek nog altijd melodieus is en dat zijn teksten literair getint zijn gebleven, al zeker in het drieluik – de Triptych – dat dit album bevat ter ere van zijn overleden zoon, Romero. Paul Birchwood omarmt vele genres, niet vreemd eigenlijk ook voor iemand die van allerlei stijlen muziek houdt en graag rapsodisch te werk gaat: “In elk genre tref je goede muziek aan, als je er tenminste open voor staat en je erin ontwikkelen wilt… over smaak valt wel degelijk te twisten”…
Done! So will it be…